Sunday, 12 October 2014

Kunnen wij ons eigen leven ontwerpen?

Zelfsturing en loopbaankeuze: de aanleiding


Met bovenstaande vraag bleef ik rondlopen na het bijwonen van een academische promotie. Stephan Corporaal promoveerde er op een proefschrift over wat de ‘Generatie Y’ zoekt in werk en dat bleek iets anders te zijn dan de ideologie van vrijheid, autonomie en zelfsturing ons wil laten geloven (Corporaal, 2014). Veel jonge mensen willen gewoon zekerheid en structuur. Ik denk persoonlijk dat de meesten ook gewoon een baas willen die leiding geeft, van wie ze iets kunnen leren, die een persoonlijk voorbeeld is. Dit is anders dan wat we in veel managementboeken lezen en zeker wat het hedendaagse denken over personeel – Strategisch Human Resource Management – vertelt.  Eén van de opponenten bij de genoemde promotie, professor Marinka Kuijpers, verwoordde de overheersende stroming heel goed in haar kritische vragen bij het proefschrift van Corporaal. Volgens haar moeten jongeren in een vroeg stadium leren hun eigen toekomst te ontwerpen. ‘Reactief’  handelen in studie en loopbaan is niet meer genoeg, men moet ‘proactief’ het eigen heft in handen nemen, bewuste, geïnformeerde keuzen maken over de toekomst. Deze visie vinden we in diverse publicaties van genoemde hoogleraar (Kuijpers, 2007;Kuijpers, 2012).

Zelfsturing en proactiviteit: passend in deze tijd


Op zich spreekt het idee van zelfsturing en proactiviteit me aan. Ook ik probeer mee te denken over nieuwe organisatievormen die minder op hiërarchie en meer op eigen initiatief en intrinsieke motivatie van de medewerkers gebaseerd zijn. Als medewerker van de Open Universiteit heb ik jarenlang onderwijs gemaakt vanuit de overtuiging dat het leren van de student centraal moet staan. Zij of hij moet het eigen leren sturen. Ik was ooit enthousiast over het 'studiehuis'.

En ik ben lid van een politieke partij (D66) die als eerste beginsel heeft:

“Wij vertrouwen op de eigen kracht en ontwikkeling van mensen. Daarom zien we de toekomst met optimisme tegemoet. Mensen zijn zo creatief dat ze steeds opnieuw zelf oplossingen vinden.” (bron: https://d66.nl/richtingwijzers/vertrouw-op-de-eigen-kracht-van-mensen/)

Ook ik denk dat de betutteling van mensen uit de tijd van massaorganisaties en georganiseerde arbeidsverhoudingen voorbij is. De verzorgingsstaat kan ons niet van de wieg tot het graf verzorgen en we moeten meer dan voorheen het heft in handen nemen. Dat zal niet anders gaan. Maar op basis van wat ik om me heen zie, wat ik lees en wat ik in mijn eigen leven meemaak, twijfel ik toch aan de gedachte dat wij ons eigen leven kunnen ontwerpen.  Zoiets kun je zeggen, maar wat bedoel je er dan precies mee? Komt het ook in de werkelijkheid voor en zo ja, hoe zou het er dan uitzien?



Ontwerpen is metafoor


Je eigen leven ontwerpen, is een metafoor. En het probleem van metaforen is dat ze altijd misleidend zijn. Ze suggereren eigenschappen van de werkelijkheid die niet bestaan en zo komen we tot conclusies die niet deugen, zonder dat we dat doorhebben. Ontwerpen doen we in technische en artistieke contexten: we ontwerpen een machine, we ontwerpen een zitmeubel of eventueel een evenement. Dit zijn dingen die buiten onszelf staan, waarvoor we modellen creëren, prototypes maken en versies, om zo tot een product te komen dat aan onze wensen of die van de opdrachtgever voldoet. Maar wat ontwerp je als je je leven ontwerpt? Is dat een ding met eigenschappen dat je voor je kunt zien, waarvoor je specificaties kunt maken, waarvoor jij de opdrachtgever bent? En als het ontwerp niet voldoet, kun je het dan weigeren te betalen? Hier gaat de metafoor dus al compleet mank. Ons leven is niet meer en minder dan het geheel van ervaringen die we zelf hebben door wat we doen. Het is zeker geen ding, eerder een verhaal. Dit verhaal schrijven we terwijl we leven, door te reflecteren op onze ervaringen. De beroemde uitspraak van Kierkegaard vat onze verhouding tot dit verhaal goed weer:

Livet forstås baglæns, men må leves forlæns” (Het leven begrijp je door terug te kijken, maar moet voorwaarts geleefd worden) (Thielst, 2012).

De organisatiepsycholoog Karl Weick introduceerde zijn begrip ‘retrospective sensemaking’ om dezelfde waarheid uit te drukken (Weick, 1976). Omdat wij eerst handelen en pas door terugkijken op dit handelen daar betekenis aan kunnen geven, bijvoorbeeld in termen van doelen en waarden, kennen we de wereld alleen via de selectieve herinnering aan wat we gedaan hebben en de betekenis die we daaraan geven. Als je je leven ‘ontwerpt’, dan is dit niet vergelijkbaar met het technisch ontwerpen van een systeem.

Eigen ervaring: geen ontwerp, wel een verhaal


Als ik zelf terugkijk op de keuzen die ik in mijn werkzame leven gemaakt heb, dan zie ik geen heldere ontwerpen op basis van scherpe doelen en ondubbelzinnige waarden. Laat staan dat ik op essentiële momenten een idee had van wie ik precies was en wat mijn sterke en zwakke kanten waren. Integendeel, het waren eerder momenten van verwarring, waarop dingen gebeurden die mogelijkheden boden mijn levensverhaal te herschrijven, een plot te ontdekken die ik nog niet eerder kende en een ontknoping te vermoeden die in vorige hoofdstukken nog onduidelijk was. Het gaat om evolutionaire processen: er ontstaan toevallige variaties en sommige daarvan houd je vast, andere verdwijnen weer, en zo ontstaat een patroon, een richting.

Het is dus geen technisch ontwerpen, maar eerder een evolutionair proces, waarin toevalligheden de input zijn, maar de output wel sterk wordt bepaald door wat je ermee doet. Dit doe je niet alleen. De ontwerpmetafoor van het leven benadrukt echter het individu.  We veronderstellen dat mensen vanuit hun persoonlijke waarden hun eigen toekomst ontwerpen. Op deze manier verwaarlozen we de sociale context van het handelen. Uit onderzoek is bekend dat de relatie tussen persoonlijke waarden en gedrag uitermate zwak is. Groepsnormen, regels en sociale sancties bepalen veel sterker wat we doen dan individuele opvattingen. De context selecteert gedrag. Om even terug te komen op die jongere die moet leren zijn eigen toekomst te ontwerpen: die doet dit als kind in een gezin, als onderdeel van een vriendengroep, als scholier of student in een klas. Hij of zij maakt keuzen binnen deze sociale context. Dit komt ook naar voren uit onderzoek over leren. Echte autodidacten zijn schaars. We leren het best in een sociale context, waarvan leraren en medeleerlingen onderdeel uitmaken. Je eigen leerpad ontwerpen klinkt mooi, maar we zijn doorgaans niet in staat de goede keuzen te maken zonder de steun, het advies en de aanmoediging van anderen (Kirschner & Merriënboer, 2013). De individuele keuzevrijheid die de ontwerpmetafoor suggereert, is in werkelijkheid beperkt.

De beperkingen van bewuste keuze

Ik merk dat ik hier het lastige woord ‘keuzevrijheid’ gebruik. Velen spreken ook van ‘bewuste keuze’, waarbij verondersteld wordt dat de ‘vrije wil’ altijd ‘bewustzijn’ veronderstelt. Hier bevinden we ons in een filosofisch mijnenveld waarvan de pleitbezorgers van  ‘zelfsturing’, ‘proactief handelen’ en dergelijke zich meestal niet bewust lijken te zijn. Uit hedendaags neurowetenschappelijk en psychologisch onderzoek blijkt duidelijk dat bewuste aandacht een heel schaars goed is. We kunnen maar weinig dingen aandacht geven en moeten noodgedwongen het meeste op de automatische piloot doen. Sommigen gaan zover dat zijn het gehele bewuste als een onbeduidende ‘babbelbox’ terzijde schuiven, die eigenlijk niet meer doet dan commentaar geven op wat we kennelijk doen (Lamme, 2010). Ik denk (met Philipse, 2012) dat dit een onhoudbare positie is, maar het blijft dat onze mogelijkheden tot bewust handelen beperkt zijn en dat veel van wat we doen door onbewuste programma’s wordt aangestuurd. Deze onbewuste programma’s omvatten aangeleerde patronen van handelen, maar ook de biologisch bepaalde en in de hersenen verankerde drijfveren die ons als biologische wezens nog steeds kenmerken, zoals de behoefte aan macht, seks en waardering van anderen (Van der Meché, 2012).

Als we dit combineren met het evolutionaire karakter van de ontwikkeling van handelingspatronen, dan komen we heel ver te staan van de ontwerpmetafoor. We doen veel dingen min of meer toevallig, reagerende op prikkels, waarbij we bestaande patronen volgen. Van tijd tot tijd reflecteren we daarop, ontdekken patronen en verwoorden die onder meer in termen van doelen en waarden. Het beeld van het zelfsturende en proactief handelende individu is in zuivere vorm dus fictie. Als ideaal geeft het nog steeds een aantrekkelijke richting aan, maar in werkelijkheid zijn we biologische wezens in een sociale context en met een beperkt bewustzijn, die noodgedwongen altijd meer zullen reageren dan ‘proageren’, hoe we dat zelf verder ook verwoorden. En naarmate de ideologie van zelfsturing dwingender wordt in onze maatschappij, mogen we meer hypocrisie verwachten: mensen zullen hun reactieve en afhankelijke gedrag immers moeten rechtvaardigen in termen van bewust en proactief handelen. Dit defensieve patroon vinden we immers overal waar ‘beleden theorie’ (espoused theory) sterk afwijkt van de ‘handelingstheorie’ die het gedrag aanstuurt, zoals Chris Argyris al jaren geleden schreef (zie De Man, 2003). 

Een eeuwenoud thema: spanning tussen passies en bewust handelen


De spanning tussen de feitelijke oorzaken van gedrag en de redenen voor handelen die we zelf daarvoor geven, is uiteraard geen probleem van vandaag of gisteren. Als onderdeel van de natuur gehoorzamen wij aan de natuurwetten en als zedelijke wezens moeten we ons verantwoorden in termen van redenen, zo schreef Kant (1982). Wie slachtoffer is van de oorzakelijke wereld, ondergaat haar, lijdt, aldus Spinoza die het in zijn Ethica over de passies (‘lijdingen’) had: de mechanismen die ons gevangen houden in de oorzakelijke wereld (zie bijv. Van Reijen, 2013). Wie lijdt kan niet ethisch handelen en het gaat er dus om de wereld van de passies en de wereld van het verstand met elkaar in het reine te krijgen. Door inzicht in de noodzakelijkheid van de natuurwetten worden we pas echt vrij. Een vergelijkbaar advies komt uit het Taoïsme. Wie de natuurlijke beweging in de werkelijkheid probeert tegen te werken en zijn wil aan de dingen probeert op te leggen, wordt ineffectief. Wie grootse dingen wil realiseren, bereikt weinig. Leeg (zonder ideeën, doelen, begrippen) zijn is een voorwaarde om in de energie van de wereld te participeren.



Wijsheid: accepteer beperkingen ontwerpmetafoor


We moeten dus voorzichtig zijn als we onze toekomst willen ontwerpen. Wijsheid begint hier met inzicht in het feit dat dit strikt genomen niet kan. Vervolgens met de erkenning dat wij als individuen niet anders kunnen dan reageren op de wereld die we aantreffen. We zijn, om met Heidegger te spreken, ‘in de wereld geworpen’ en daarin moeten we samen met anderen onze weg vinden. Er zal altijd een spanning zijn tussen wat we denken en zeggen na te streven en wat we vanuit onze ‘passies’ binnen een concrete context doen, als reactie op prikkels die we daar tegenkomen. Natuurlijk moeten we proberen sturing te geven aan ons eigen leven, door in gesprek met anderen ons levensverhaal actief te schrijven en te herschrijven. De motor van ons leven ligt echter niet in plannen, rationele ontwerpen en mooie woorden, maar in het doorlopend zin geven aan de verwarrende werkelijkheid waarvan wij deel uitmaken.

Laten we dus voorzichtig zijn om anderen – leerlingen en studenten, werknemers, burgers – te dwingen proactief en zelfsturend te zijn. Deze paradoxale opdracht kan alleen tot hypocrisie aanleiding geven. Ook moeten we de beperkingen die mensen ondervinden bij het sturen van hun eigen leven serieus nemen.  We moeten de behoefte aan leiderschap door anderen of de vraag naar regels en zekerheid niet afdoen als een vorm van onvolwassenheid. We moeten meer aandacht geven aan de sociale context waarin mensen zich gedragen. Ook in een tijd van individualisering blijven mensen handelen als lid van groepen. Het blijft, in de context van nieuwe organisatievormen en arbeidsrelaties belangrijk om mensen meer invloed te geven op werk en loopbaan en daar instrumenten voor te ontwikkelen. Maar laten we oppassen voor metaforen die ons begrip van deze zaken en daarmee de effectiviteit van beleid in de weg staan.


Verwijzingen

Corporaal, Stephan (2014), Gezocht: duidelijkheid, structuur en ontwikkeling; aantrekkelijke banen en organisaties voor de nieuwe generatie baanzoekers. Heerlen: Open Universiteit.

Kant, Emmanuel (1982), Die Metaphysik der Sitten, Werkausgabe VIII, Herausgegeben von Wilhelm Weischedel. Frankfurt: Suhrkamp

Kirschner, Paul A. en Jeroen J.G. Merriënboer (2013), 'Do learners really know best? Urband legends in education', in: Educational Psychologist, 48, 3, p. 169-183

Kuijpers, Marinka (2007), Loopbaanontwikkeling in het beroepsonderwijs: draagvlak en daadkracht. Intreerede, Haagse Hogeschool.

Kuijpers, Marinka A.C.T (2012)., Architectuur van leren voor de loopbaan: richting en ruimte. Oratie, Heerlen: Open Universiteit.

Lamme, Victor (2010), De vrije wil bestaat niet: over wie er echt de baas is in het brein. Amsterdam: Bert Bakker.

Man, Huibert de (2003), ‘Defensief gedrag in organisaties doorbreken’, in: M&O Tijdschrift voor Management en Organisatie, maart-april, p. 5-16.

Man, Huibert de (2011), ‘Chinese filosofie als spiegel voor westerse leiders’, in: Jaap van Muijen en Jaap Boonstra (red.), Leiderschap in organisaties: crisis in leiderschap – op zoek naar nieuwe wegen. Deventer: Kluwer.

Meché, Frans van der (2012), ‘Van neurowetenschap naar gedrag’, ib: M&O Tijdschrift voor Management en Organisatie, 6 (nov.-dec.), p. 15-26.

Philipse, Hans (2012), ‘De filosoof als conceptueel therapeut’, College in het kader van Studium Generale, Utrecht, 25 april; bron: http://www.sg.uu.nl/opnames/filosofie-van-de-geest/de-filosoof-als-conceptuele-therapeut

Reijen, Miriam van (2013), Spinoza in Bedrijf: van passie naar actie. Zoetermeer: Klement.

Thielst, Peter (2012), Livet forstås baglæns, men må leves forlæns
- historien om Søren Kierkegaard. København: Gyldendal.


Weick, K.E. (1979), The social psychology of organizing. Reading Mass.: Addison Wesley.

No comments:

Post a Comment