Monday, 25 February 2019

Het einde van de leiderschapsrol van Amerika in de wereld








 De keizer verlaat zijn troon; wat doen de koningen? En wie onderhoudt de tuin?
Het einde van de leiderschapsrol van Amerika in de wereld: drie boeken

Huibert de Man, maart 2019



Met Trump in het Witte Huis nemen de Verenigde Staten versneld afscheid van hun leidende rol in de wereld: kampioen van de vrijhandel, hoeder van parlementaire democratie en mensenrechten, wereldpolitie en bewaker van het internationaal recht. Al onder voorgaande presidenten was deze terugtrekkende beweging zichtbaar, maar vooral onder Trump werd het einde van de rol duidelijk die de Verenigde Staten sinds de Tweede Wereldoorlog had gespeeld. Deze ontwikkeling vindt plaats te midden van wereldwijde geopolitieke verschuivingen. De opkomst van China als wereldmacht en het optreden van het Rusland van Poetin baren landen zorgen die meer dan een halve eeuw op het leiderschap van Amerika rekenden. De veiligheidsconferentie in München van afgelopen februari liet deze ongerustheid zien (zie verwijzing bij literatuur).

Er zijn inmiddels vele publicaties verschenen over het thema van het zich terugtrekkende Amerika en het Westen dat haar leidende rol verliest. Over twee boeken, met volledig verschillende invalshoeken, maak ik hier een aantal opmerkingen. Het eerste boek, van Daalder en Lindsay (2018), kijkt heel direct naar het opereren van de Amerikaanse regering onder leiding van Trump. Het boek presenteert het beeld van een lege troon voor de weigering om een leidende rol te blijven spelen. Een vergelijkbare metafoor gebruikt de Joods-Franse filosoof Lévy, die in een brede filosofische reflectie op de crisis van de westerse beschaving het beeld gebruikt van een ten onder gaand keizerrijk. Naar aanleiding van gebeurtenissen rondom de Koerden in Irak, en geïnspireerd door Bijbelse verhalen, ontwikkelt hij het beeld van vijf koninkrijken die het keizerrijk bedreigen als het Westen het laat afweten. Het gaat om vijf landen zonder democratische idealen: Iran, Turkije, Rusland, Saoedi-Arabië en China.  

Heel verschillende boeken en een vergelijkbare boodschap: als Amerika het laat afweten, dan is de internationale liberale orde in gevaar. Daalder en Lindsay laten in een gedetailleerde analyse van het optreden van Trump zien, hoe hij stap voor stap deze orde afbreekt. Hij luistert niet naar zijn adviseurs en ontdoet zich van wie zich in zijn omgeving kritisch opstelt. Zijn conclusie staat bij voorbaat vast: multilaterale verdragen kosten geld en leveren niets op; vrijhandel is slecht voor Amerika. En hij steekt zijn bewondering voor autoritaire leiders niet onder stoelen of banken. Dit verhaal is in hoofdlijnen bekend voor wie het internationale nieuws regelmatig volgt. Door de nauwgezette weergave in dit boek wordt het relaas echter des te meer ontluisterend: een snelle afbraak van een internationale orde, die in tientallen jaren is opgebouwd zonder rationele onderbouwing of oog voor de effecten. Trump, die zichzelf graag als ‘dealmaker’ ziet, bleek in de praktijk vooral een effectieve ‘deal breaker’.  Van bilaterale afspraken komt weinig terecht en het effect van de aanpak is vooral dat de Verenigde Staten steeds meer alleen komen te staan.

Hoe is deze verzwakking van Amerika, paradoxaal onder het motto ‘let’s make America great again’ mogelijk?  In het boek van Daalder e Lindsay ligt de nadruk vooral op Trump zelf: zijn gebrek aan kennis en ervaring in internationale politiek en de ineffectiviteit van zijn handelen. Weinig aandacht is er dit boek voor de context die de president kennelijk de mogelijkheid geeft om zo te handelen en voldoende steun te verwerven voor een een volstrekt ineffectief internationaal optreden. Daarvoor zou aandacht voor het populisme en de beperkte betekenis van feiten in de politieke discussie (de rol van nepnieuws) nodig zijn geweest. Maar deze interne analyse krijgt weinig aandacht. Voor Daalder en Lindsay is het nog steeds mogelijk dat Amerika zijn leidersrol herstelt, zeker omdat andere landen, bijv. in Europa, deze rol nog steeds willen ondersteunen.

Dit optimisme wordt niet gedeeld door auteurs die Trump niet als een oorzaak, maar als een symptoom van de crisis zien. Dat geldt zeker voor Bernard-Henri Lévy, die de nadruk legt op een beschavingsprobleem. Hij benadert als filosoof de geschiedenis als product van de menselijk geest en put in zijn interpretatie uit de gehele geschiedenis van de Europese filosofie, van Plato tot Kant en Hegel, van Rousseau tot Nietzsche, Foucault en postmoderne Franse filosofen, van wie hij (kennelijk) aanneemt dat de lezer met hun werk vertrouwd is. Daarnaast laat de auteur zich inspireren door religieuze geschriften uit de Joodse traditie, zoals de Thora, die de lezer ook geacht wordt te kennen.

Voor Lévy ligt de basis van het westerse ‘imperium’ in twee verhalen die ons vanuit onze Griekse en Joodse wortels vergezellen. Het eerste is het verhaal van Vergilius over de oorsprong van de beschaving in Troje. Deze beschaving is steeds verder naar het Westen gegaan totdat zij Amerika bereikte. Het tweede verhaal is dat van Jerusalem: de hoop van de stichters van Amerika om daar een tweede Jerusalem te vinden. Op deze twee verhalen, waartussen de nodige spanning bestaat, berust het imperium. Deze beschaving gericht op vooruitgang, vrijheid en menselijkheid dreigt in onze tijd haar energie en overtuigingskracht kwijt te raken. Lévy geeft een scherpe analyse van de manier waarop communicatie via internet voorstellingen van waarheid heeft ondermijnd en vervangen heeft door aantallen ‘likes’.  Zo ontstaat een geestelijke leegte die het Westen zijn rol ontneemt als voorvechter van vrijheid en waarheid. Dit op zijn beurt schept ruimte voor populistische politici die behendig de emoties van mensen bespelen, maar de waarden die het Westen vertegenwoordigde, niet serieus nemen. Als op die manier het ‘keizerrijk’ van het Westen verzwakt, zijn er koningen die het vacuüm willen vullen. Lévy illustreert dit met de rol die een aantal autoritair geleide landen spelen in conflicten in het Midden-Oosten. Hij gelooft overigens niet dat zij echt in staat zijn om de rol van het Westen over te nemen, omdat ze een eigen overtuigend verhaal missen; ze bieden vooral nostalgie naar een groots verleden (bijv. het Ottomaanse rijk, de Chinese keizertijd). Overigens lijkt Lévy weinig kennis van ‘koninkrijken’ als China en Turkije te bezitten, behalve dat zij de westerse opvattingen over waarheid, democratie en vrijheid niet delen. Hij benadert deze andere landen vanuit zijn eigen wortels in  de Europese en joodse filosofie. Ondanks zijn pessimisme ziet Lévy geen determinisme van het ineenstorten van het Westen. Ook hij pleit voor herstel van waarden en van het eigen verhaal van de westerse beschaving.

Evenmin als Lévy ziet de politieke wetenschapper Kagan de oorzaak van de verzwakking van het Westen in het handelen van Trump. Het optreden van deze president past in een ontwikkeling die al langer gaande was, waarin de bereidheid om de sinds de tweede wereldoorlog opgebouwde wereldorde actief (militair, politiek en economisch) te ondersteunen verminderde. Deze liberale wereldorde, waarin democratie en vrijheid binnen landen samenging met vrijhandel tussen landen en het einde van traditionele geopolitiek, was volgens Kagan geen natuurlijke of noodzakelijke ontwikkeling. Er is geen ‘einde van de geschiedenis’ (Fukuyama) waarin de gehele wereld het liberale model deelt. Integendeel, de liberale orde die sinds de tweede wereldoorlog heeft bestaan en die (volgens Kagan) de basis vormde van de mondiale groei van de welvaart, is een resultaat van actieve inspanning geweest onder leiding van de Verenigde Staten. En zonder voortdurend onderhoud zal de wereld terugvallen naar een ‘natuurlijke’ situatie van nationalisme, sterke leiders en geopolitiek. Dit pessimistische mensbeeld inspireert de metafoor van het boek: het onkruid groeit terug als je de tuin niet onderhoudt. Kagan legt in dit verhaal niet de nadruk op de Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie , maar op de manier waarop er een orde is ontstaan waarin rivaliteiten en conflicten tussen landen zich niet opnieuw konden ontwikkelen door de sterke rol van de Verenigde Staten. Duitsland en Japan groeiden uit tot sterke economieën, zonder dat andere landen zich bedreigd hoefden te voelen. Geopolitiek werd vervangen door geo-economie. De militaire aanwezigheid van de Verenigde Staten buiten het eigen grondgebied en de vorming van bondgenootschappen (economisch en militair: bijv. NAVO en EU) waren essentieel voor het ontstaan van een geliberaliseerde wereldeconomie. Kagan ziet echter het onkruid teruggroeien, nu de tuinman niet meer bereid lijkt om het onderhoud te doen. Onder Obama noch onder Trump is er in Amerika veel draagvlak voor het noodzakelijke onderhoud van de wereldorde; in Europa wint het populisme en staat de democratie onder druk. Rusland, Turkije en China vertegenwoordigen andere modellen dan de liberale democratie.
Kagan zou graag zien dat de Verenigde Staten hun rol weer serieus gaan nemen, nu het nog kan. Uit puur eigenbelang zou het land dat moeten doen; daarvoor draagt het boek de argumenten aan. Kagan appelleert aan de rationaliteit van regeringen, die moeten inzien dat de kosten van een gebrek aan onderhoud van de internationale orde onmetelijk groot kunnen zijn. Als lezer kun je je wel afvragen wie in de huidige omstandigheden in staat is zijn adviezen in handelen om te zetten.

Drie totaal verschillende boeken over het thema van de teloorgang van de ‘pax americana’. Ze hebben gemeenschappelijk dat zij uiting zijn van de teleurstelling in dit einde van de Verenigde Staten als hoeder van de liberale orde in het licht van de kans die daarmee niet-liberale en autoritaire systemen van bestuur krijgen. Op een verschillende manier zijn de drie auteurs alle drie conservatief: angst voor het einde van een manier van denken en leven staat voorop. Daalder en Lindsay verlangen terug naar een tijd waarin de leiding van de Verenigde Staten in handen was van mensen die hun buitenlandse strategie op kennis en rationele argumenten wilden baseren. Lévy gruwt van het verlies van Europese opvattingen over waarheid, vrijheid en menselijkheid in een door internet gedomineerde samenleving. Kagan kijkt terug op de ongelofelijke prestatie van de Verenigde Staten om met bondgenoten een wereld te creëren waarin handel en welvaart konden groeien, terwijl militaire conflicten beperkt en beheerst konden worden.

Wat hebben de boeken ons te bieden als het om de toekomst gaat? Daalder en Lindsay blijven teveel gevangen in de beschrijving van wat er in en rond het Witte Huis gebeurt om een perspectief op de wereld te ontwikkelen. Lévy levert vooral intelligent filosofisch commentaar op wat hij ziet, maar zijn blik is die van een Europese intellectueel die zich niet echt heeft verdiept in wat er in landen als China gebeurt. Kagan doet, zoals gezegd, een oproep aan het Westen om het verstand te gebruiken en weer in de wereldorde te gaan investeren, maar ook dat is een oproep om het verleden te herstellen. Met alle interessante vragen die deze boeken oproepen, leveren ze weinig perspectief op voor wie de toekomstige wereldorde wil helpen ontwerpen. Daarvoor zou je je moeten richten op wat buiten de vertrouwde kaders valt, je zou je het onvoorstelbare moeten voorstellen. Het gaat immers bij de toekomst van de internationale verhoudingen om radicale onzekerheid.


Bronnen


Daalder, Ivo H. And James L. Lindsay (2018), The Empty Throne: America’s Abdication of Global Leadership. New York: Public Affairs, Hachette Book Group.

Kagan, Robert (2018), The jungle grows back: America and our imperiled world. New York: Alfred A. Knopf.

Lévy, Bernard-Henri (2018), L’empire et les cinq rois. Paris: Bernard Grasset. (NB hier bestaat ook een Engelse uitgave van, verschenen bij Henry Holt &co.)


Voor de veiligheidsconferentie 2019 zie:




Saturday, 10 March 2018

De Correspondent: kritische journalistiek of preek voor eigen parochie?






In De Correspondent publiceerde Rutger Bregman een essay, waarin hij het wereldbeeld van Rousseau - de mens is van nature goed - propageerde als alternatief voor het dominante beeld van Hobbes - we zijn elkaars vijanden. Ik vond het een arrogant, gelijkhebberig verhaal dat niet bijdraagt tot begrip van mens en samenleving maar vooral geschreven lijkt te zijn voor de eigen parochie. Ik schreef op de site van De Correspondent het volgende. 


Dit soort verhalen van Rutger Bregman heeft me al eerder doen besluiten mij abonnement op te zeggen. Later heb ik me toch weer aangemeld. Wat ik waardeer in De Correspondent is dat hij onafhankelijke onderzoeksjournalistiek brengt, feiten en verbanden laat zien die in de reguliere pers weinig aandacht krijgen. Een beetje afstand neemt van de waan van de dag. Maar er is een andere kant van De Correspondent de me steeds meer gaat hinderen en die kant vertegenwoordigt Bregman.

Die andere kant is die van een blad dat niet de discussie centraal stelt, maar de eigen waarheid. Dit blad lijkt soms het kerkblad van intellectueel-anarchistisch links. Wat Bregman eerder deed in een artikel waarin hij 'bewees' dat de mens geen moorddadig of gewelddadig wezen is, maar 'van nature goed', gebeurt in dit artikel weer. Het is een vast procedé, waarvan zich ook extreem rechtse denkers bedienen. Je begint met een wereld- of mensbeeld dat je wilt propageren. Vervolgens zoek je in twintig eeuwen filosofie en wetenschap naar fragmenten en teksten die je mensbeeld ondersteunen Je zoekt ook naar een tegenstander: de mensen die het totaal niet begrepen hebben. Van die tegenstanders zoek je de zwakste argumenten en die gebruik je om te laten zien hoe dom ze zijn. Om je betoog extra kracht bij te zetten, profileer je jezelf als belezen intellectueel die toegang heeft tot inzichten die gewone mensen (nog) niet begrijpen.

U herkent het procedé: dit is de manier waarop Baudet zijn abjecte opvattingen over ras en samenleving propageert. Daar moeten wij, als verstandige Correspondent-lezers niets van hebben. Helaas, Bregman doet precies hetzelfde. Hij construeert een positief mens- en maatschappijbeeld, waarbij hij selectief uit wetenschap en filosofie citeert. Wat hem niet ondersteunt laat hij niet zien - er is bijvoorbeeld veel twijfel over de romantische reconstructie van ons verleden als nomadische groepen, de toepasbaarheid van het onderzoek naar primaten mensen staat ter discussie etc. Hij kiest een tegenstander die gemakkelijk te bestrijden is. Het is immers wel duidelijk dat niet elk mens een vijand is van elk ander mens. Wat Bregman echter er niet bij vertelt, is dat die niet primair een abstracte antropologische theorie was, maar een reflectie op de toenmalige werkelijkheid, waar Hobbes waarnam wat er gebeurt als het gezag instort, net als wat we nu in veel landen zien gebeuren.

Een cliché met een cliché bestrijden, dat verwacht ik van politici. Niet van serieuze journalisten die een belangrijke taak hebben het simplificerende denken van de politiek te ontmaskeren. Ik vind het prachtig dat de Correspondent de alomvattende mythe van het neoliberalisme ontmaskert: een beeld dat claimt de waarheid te zijn en waar je je niet aan kunt onttrekken. Ook is het geweldig als journalisten het verborgen racisme aan de kaak stellen in deze maatschappij. Maar moet je de ene waarheid door de andere vervangen?

Filosofen en politici die pretenderen de waarheid en pacht te hebben en op basis daarvan één mens- of maatschappijbeeld voor willen schrijven, zijn gevaarlijk, juist als zij 'het goede' menen te kennen. Geloof in de eigen waarden en geweld liggen altijd dicht bij elkaar. Of het nu Marx, Plato of Rousseau is: een gesloten wereldbeeld sluit andere wereldbeelden uit. Karl Popper, geïnspireerd door wat hij in fascisme en communisme had gezien, spreekt van vijanden van de open samenleving.

Of ik Bregman een vijand van de open samenleving mag noemen, weet ik niet, maar de claim op de waarheid en superieur inzicht in de werkelijkheid, brengt hem wel in verkeerd vaarwater. Als intellectuele vingeroefening is dit misschien niet gevaarlijk, maar stel dat er een politieke partij - zeg Groen Links - zich dit beeld als enig juiste zou omarmen, dan wordt het bedenkelijk. En dan zou De Correspondent zich ontwikkelen tot het kerkblad van anarchistisch links, zoals het overigens door verschillende mensen in mijn omgeving al gezien wordt.